Een record dat nog steeds niet verbroken is: 387 punten. Alexander Rybak won er het Eurovisie Songfestival van 2009 mee. Zijn liedje, Fairytale, werd een flinke hit. Ook de cd’s erna deden het behoorlijk, niet alleen in het land waar hij opgroeide (Noorwegen) en het land waar hij geboren werd (Wit-Rusland), maar evenzo bij ons en elders.
Sindsdien reist Rybak de wereld rond. Om te oogsten? Om Fairytale-achtige song na Fairytale-achtige song te zingen? Nee, dat past niet bij een zanger, componist, violist die nadenkt over wat er echt belangrijk voor hem is.
En dus zoekt hij muzikaal avontuur (van een cd met Zweeds-traditionele luisterliedjes, samen met grootheid Mats Paulson tot een song met de hedendaagse hiphopband Katastrofe),
schrijft liedjes met en voor anderen (van een songfestivalvoorronde-inzending voor een Witrussische meidengroep tot een liedje voor een film van Dreamworks: How to train your dragon part 2),
gaat een tijdje (2011/2012) terug naar het conservatorium om zijn bachelor diploma te halen,
begint te acteren (op toneel, in bijvoorbeeld Fiddler on the roof, en in films),
initieert een workshop-project waarvoor hij overal ter wereld met kinderen in een uitgebreid seminar muziek maakt en…
schrijft een boek. Een kinderboek. Trolle en de betoverde viool. Het kwam in september 2015 uit en Eurostory sprak met hem over waarom in dit project alles samenkwam.

Je hebt ergens gezegd dat dit boek heel belangrijk voor je is, misschien wel het belangrijkste dat je ooit hebt gedaan.
Ik ben altijd toegewijd aan dat wat ik doe, ik bedoel: tijdens de weken, de dagen, de maanden die ik aan het Songfestival besteedde, was het Songfestival natuurlijk het meest belangrijke voor me, en toen ik werkte voor Dreamworks, was dat het. Maar er zullen elk jaar nieuwe songfestivalwinnaars zijn, en dit Trolle-boek is uniek, dit boek blijft.

Bij dit project lijkt veel samen te komen.
Ja! Ik hou ervan om verhalen te vertellen. Ook in liedjes. Achter elk liedje zou een diepere bedoeling moeten zitten dan alleen maar een poging om een hit te scoren. Soms rijm je gewoon om te kunnen rijmen, maar dat is niet goed, er moet altijd een betekenis achter zitten. Daarbij hielpen allerlei mensen die ik van andere projecten kende mee met dit boek. De verteller op de Trolle-cd’s is degene met wie ik samenspeelde in Fiddler on the roof, Dennis Storhøi, hij had de hoofdrol en ik speelde de violist, we stonden de hele tijd samen op het toneel. En ik zong op een cd met kinderliedjes van de beroemde Noorse kinderboekenschrijver, Thorbjørn Egner, en Pernille, die ik daar leerde kennen, zingt nu de rol van Alva, het meisje uit het boek.

Je werkt erg veel met kinderen, tegenwoordig.
Ja, ik speel ook vaak samen met kinderen viool, tijdens muziekseminars. Ik leer ze om plezier te hebben met het bespelen van hun instrument, om andere muziekstijlen uit te proberen, kinderen die alleen aan popmuziek gewend zijn laat ik kennismaken met klassieke muziek, en vice versa.

Hoe vaak doe je dat soort seminars?
Over twee weken weer, in Noorwegen. Maar ik heb er net eentje gedaan in Texas, een paar maanden geleden in Bakoe, Azerbeidzjan, ik was in Zweden, en er waren er nog wat meer in eigen land.

Hoe werkt dat? Je gaat erheen en blijft een dag of twee?
Drie of vier dagen. Ik doe dat zo omdat ik moe werd van ergens aankomen waar mensen alles voorbereid hebben, en dat ik dan even een paar uurtjes opduik om de beroemdheid te zijn. Ik wil nu iedereen leren kennen, als een groot gezin, als een familie met wie ik het toneel zal delen. En niet dat wat er al teveel in dit vak gebeurt: dat mensen op het podium staan en geen idee hebben wie degene naast hen is.

Maar waarom werk je zo graag met kinderen?
Dat is eigenlijk gewoon zo gegaan. Na het songfestival dacht ik: misschien zal ik een tijdje een soort tieneridool zal zijn, met mooie meisjes en zo, maar ik bleek geen goed idee te hebben van mijn publiek. De mooie meisjes maakten na een tijdje plaats voor grootouders en hun kleinkinderen, en toen gingen sommige van die kleine kinderen opeens vioolspelen. We kiezen onze bestemming niet altijd zelf. Kijk, ik hou er altijd van om een plan te hebben, een doordachte opzet voordat ik iets ga doen, maar dit keer was het gewoon iets dat gebeurde.

Uit de vele interviews die er met jou gehouden worden komt inderdaad het beeld naar voren van iemand die heel zorgvuldig zijn carrière beziet en daar bewuste keuzes in maakt. Je had bijvoorbeeld ook een derde pop-cd kunnen maken, met dezelfde soort popliedjes. Dat heb je niet gedaan.
Ik heb nee gezegd tegen heel wat belangrijke mensen in mooie pakken, en dat was omdat ze wilden dat ik iemand was die al bestond. Een kopie van allerlei andere artiesten. Ik denk niet dat dat erg interessant is. Kijk, de kern van mijn vak is het componeren. Als ik muziek componeer kan ik alle genres onderzoeken, alle genres die ik al sinds mijn kindertijd ken, maar ik heb leren leven met het feit dat mensen verward raken als ik al die verschillende genres nastreef. Daarom help ik af en toe artiesten die in andere genres zingen, met composities bijvoorbeeld, en dan doe ik dat anoniem. Dat vind ik heel leuk om te doen, en dat hoeft dan niet bekend te worden.

Hoe moeilijk was het het schrijven van zo’n omvangrijk verhaal?
Het begon als een manuscript voor een musical. Maar toen hoorde ik van de producers dat het tien jaar, of zelfs langer, zou duren voordat het hele project uitgevoerd kon worden. Dus ik begon met componeren, en met het ontwikkelen van de personages, zonder te veel na te denken over in welk format dat zou gaan passen. Daarna heb ik twee jaar besteed aan het scheppen van het ‘muzikale universum’, en nog eens een jaar aan vergaderen. Met de uitgeverij, met platenmaatschappijen. De platenmaatschappijen zeiden: ‘Zeker, dat willen we doen, maar we weten niet hóé, dus je moet ook met andere partijen gaan praten.’ En bijna alle uitgevers zeiden: ‘Tegenwoordig kunnen we geen boek plús cd’s meer verkopen.’ Maar uitgeverij Cappelen Damm geloofde dat het iets tijdloos’ kon worden. Voor dat hele proces was dus drie, misschien wel vier jaar nodig.

Hoe verliep het schrijven?
Halverwege 2014 begon ik. Dat was leuk! Ik bedoel: ik heb altijd geschreven. Alle tieners beginnen ooit weleens aan een dagboek.  En dan denken ze dat alles wat ze schrijven supergrappig is en ontzettend origineel. Zo’n tiener was ik dus ook. Maar uiteindelijk bleek vorig jaar dat het begon te lukken.

Schrijftechnisch zit je verhaal goed in elkaar: de beschrijvingen zijn in evenwicht met de actie, elk hoofdstuk eindigt met een cliffhanger. Dat is helemaal niet eenvoudig.
Ik weet het! Maar het scheelt wel of je het echt vanuit je hart doet, als het een verhaal is dat je écht wilt vertellen. Eerst was het trouwens de bedoeling om een prentenboek te maken. Met cd’s. Er zou, dacht ik, zo’n twintig seconden tekst zijn, en dan een liedje. Maar mijn redacteur zei: ‘Goed, we geloven in dit project, maar dan moet je het hele verhaal uitschrijven, je moet het de ruimte geven. Niet alleen een hoofdlijn, maar ook de details van de wereld in het verhaal.’

En na de eerste versie?
De redacteur zei: ‘Hier mist nog iets, en daar moet nog wat bij.’ En zo werd het een steeds omvangrijker boek. Het was heel bijzonder om de eerste reacties van kinderen te krijgen en de recensies te lezen. Eigenlijk verwachtte ik dat men zou vinden dat ik me bij mijn vak moest houden, bij de muziek, maar dat viel erg mee. Nu probeer ik te bereiken dat Trolle ook in andere talen gerealiseerd wordt. Denemarken heeft de rechten gekocht, en hopelijk wil ook een Nederlandse of Belgische uitgeverij het complete project doen. Met goede Nederlandse stemmen, van acteurs en muzikanten die in België en Nederland bekend zijn.*)

En de musical?
Daar werken we aan. Die zal er volgend jaar zijn.

Je zei ergens dat je op termijn streeft naar een ‘fredelig liv’,  een rustiger leven. Is dit een stap in de goede richting?
Ja, dat is het. Mocht ik in de musical mee gaan doen, bijvoorbeeld om Trolle te spelen, dan zal dat waarschijnlijk een paar weken in één theater zijn, op één plek. En dan hoef ik al minder te reizen. Dat zou ik dan meer en meer willen combineren met schrijven voor anderen. Ik krijg nu, denk ik, elke week zo’n vijf liedjes opgestuurd van componisten die willen dat ik hun song opneem. Maar ik heb mijn handen al vol aan mijn eigen liedjes! Ik beluister ze wel allemaal, of in elk geval de eerste minuut, maar wat ik eigenlijk echt hoop is dat een artiest tegen me zegt: ‘Heb jij iets voor mij?’ Nu schrijf ik al wel voor anderen, maar daarvoor moet ik meestal zelf het initiatief nemen. Ik kijk uit naar de situatie dat er elke dag emails binnenkomen met verzoeken voor liedjes, met muziek voor films of videogames, ja! Ja!

 


Over Franklin Calleja

Een van de voorbeelden van samenwerking is het lied Still here, dat Alexander Rybak schreef voor jonge zanger Franklin Calleja. Die deed met dit lied (met een mooie, droevige tekst) in 2015 mee aan de Maltese voorronde voor het Eurovisie Songfestival. Hij eindigde als vijfde. 

Alexander: ‘Het was jammer dat Franklin Calleja niet door mocht naar het internationale festival, maar het liedje leeft nog op YouTube en zo. Het is een van mijn favoriete songs omdat ik niet gewoon melodie en tekst schreef, maar ook iemand anders moest leren begrijpen – en die iemand was Franklin. Hij vond het mooi, dus voor mij is het lied een bewijs dat ik een andere muzikant kan aanvoelen. Ik zou dat voor meer artiesten willen doen. Ik bedoel: ik ben heel trots op wat ik tot nu toe heb gedaan, maar ik ben ook trots op de dingen die mensen niet te zien krijgen. Ik heb weleens liedjes naar artiesten gestuurd die het afwezen, dat gebeurt, en daarom vond ik het zo fijn dat Franklin er met zijn hele hart en met honderd procent inzet achter ging staan. Ik heb erover gedacht om het zelf op te nemen, maar nee, het is van hem. Dat Franklin het wilde zingen was al meer dan genoeg.’


OVER THE COMMON LINNETS

‘Ik ben fan van het Nederlands elftal, al is dat op dit moment niet zo simpel. Arjen Robben is mijn favoriete speler. O, en Robin van Persie. Maar – qua muziek – vond ik The Common Linnets op het songfestival van 2014 boven alle anderen uitsteken. Misschien kan ik eens met ze samenwerken, als ze dat zouden willen. Viool spelen op een van hun tracks, bijvoorbeeld. Of samen wat schrijven.’


Over zijn fans

Rybak onderhoudt per Facebook, Twitter en Instagram nauw contact met zijn fans. En zijn bewonderaars zijn trouw: alleen de afgelopen Kerst al ontving hij rond de vierhonderd cadeautjes en ook door het jaar heen wordt hij bedolven onder brieven, teksten en tekeningen. Van tijd tot tijd maakt Alexander video’s waarin hij de vragen van fans behandelt. Begin februari kwam de origineelste uit. Rybak beantwoordt de vragen… zingend.


En…

En dan, als toegift, nog een uitstapje van Rybak: zijn deelname aan het programma One to one, de Russische versie van Your face sounds familiar, een show waarin bekende artiesten ándere bekende artiesten nadoen. En daar imiteerde Rybak zowel Dima Bilan (songfestivalwinnaar 2008) als… Conchita Wurst (winnaar 2014).

 

 


*) Voor geïnteresseerde uitgeverijen is een proefvertaling in het Nederlands van de eerste hoofdstukken van Trolle en de betoverde viool van Alexander Rybak te verkrijgen bij Eurostory. Stuur hiervoor een mail naar edward@eurostory.nl.