Het Eurovisie Songfestival 2017 is voorbij. Vanaf nu zullen er weer laagjes dagen overheen gelegd worden – tot het tijd is voor de editie van 2018. Wij trekken alvast, ruim achterom en voorzichtig vooruit kijkend, de conclusies.

1.
Dit festival kreeg een van de opmerkelijkste winnaars ooit.

Portugal won nooit eerder. Werd zelfs niet eerste, tweede, derde, vierde of zelfs maar vijfde. Na achtenveertig keer gewend te zijn aan minieme puntenaantallen incasseerde het land opeens de ene na de andere twaalf punten en was er voor de programmamakers, die zich op spanning focussen, niks lolligs meer aan: Salvador Sobral was met zijn liedje Amor pelos dois de absolute favoriet van zowel de kijkers thuis als de vakjury’s.

Wat zegt dit? Vooral, naar ons idee: authenticiteit loont. Salvador Sobral hield zich afzijdig van de grootste circuselementen van het festival (zo liep hij tijdens de ‘parade’ aan het begin van de finale verlegen glimlachend tussen de fans door naar zijn plek, waar anderen juichten en joelden en de een na de andere uitgestoken hand schudden), hij sprak met humor en relativering (‘Sommige Portugezen zeggen dat ze door mijn liedje na vijf jaar eindelijk weer hebben kunnen slapen’) en hij gebruikte de persconferenties vooral om over zijn zorgen over de onmenselijke toestanden in opvangkampen voor vluchtelingen te praten.

Het liedje, dat door zijn zus Luísa geschreven werd, is klein, klassiek, verstild en eerder ouderwets dan modieus. Of, laten we zeggen: tijdloos. Het sprong door de minimalistische aanpak en de focus op zang, melodie en expressie, ver boven de andere songs uit. Daarbij werd het gebracht door een charismatisch zanger die misschien niet per se standaard-knap is en ook nog eens vreemde bewegingen maakt, maar wel in grote mate écht is.

2.
En dus kan deze overwinning betekenen voor de richting van het songfestival.

Na zijn victorie hield Sobral een pleidooi voor de pure muziek. Hij zei: ‘Music is not fireworks. Music is feeling. So let’s try to change this and bring music back.’ De vraag is of die ontwikkeling al niet is ingezet. Ook vorig jaar koos Europa voor het meest serieuze, a-typische liedje, dat van Jamala uit Oekraïne, 1944. En in 2014 reikten onze Common Linnets met hun Calm after the storm al tot een geweldige tweede plek. Al een paar jaar zien we dat eigenzinnigheid loont. Maar vooral ook: professionaliteit. Wat de hoogst scorende songs met elkaar gemeen hebben is een goede zangstem, passende visuals en controle. Dat zien we graag: dat de artiest zijn song ownt. Dat deed ook Kristian Kostov bijvoorbeeld, uit Bulgarije. Het publiek wenst zich niet bezig te houden met of een artiest het wel redt, het wil vervoerd worden. Door iemand die weet wat hij doet.

3.
Niet-songfestivalliedjes doen het beter dan songfestivalliedjes.

De Portugezen gaven in hun nationale voorronde aan de componisten de nadrukkelijke opdracht om géén typisch songfestivalliedje te schrijven. Dat heeft zich overduidelijk uitbetaald. Maar ook als we de rest van het scorebord langsgaan is de bovenstaande conclusie gerechtvaardigd: inzendingen als die van België, Hongarije en Bulgarije werden veel beter gewaardeerd dan liedjes die leken op heel veel andere liedjes (Spanje, Duitsland, Israël, Denemarken).

4.
De Engelstalige hegemonie lijkt doorbroken.

Vorig jaar won een hálf-Engelstalig lied, dit jaar won een helemaal-niet-Engelstalig lied. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Ook de andere landen die dit jaar in de eigen taal zongen deden het gemiddeld erg goed: Italië (6) en Hongarije (8). Alleen Wit-Rusland bleef wat achter (17).

5.
Een paar songfestivalbugs staken de kop weer op.

Ja, helaas: waar de vakjuryscore zich niet bijzonder veel aan leek te trekken van de startvolgorde van de liedjes, bleek bij de televoting opnieuw dat aantreden in het begin van de avond veel en veel nadeliger is dan aan het eind. Het duidelijkst was dat te zien aan de zeer lage score voor Oostenrijk, dat als vierde zong en nul punten kreeg van het publiek, terwijl het van de vakjury’s een elfde plaats kreeg. Ook Nederland lijkt voor het tweede jaar last te hebben gehad van een vroege startplek. Net als Douwe Bob (moest als derde zingen) eindigde ook OG3NE (moesten als zesde) hoog bij de vakjury’s (plaats 5!), maar laag bij de televoters.

Eveneens erg jammer: de vakjury’s (de professionals dus) van Griekenland en Cyprus gaven elkaar twaalf punten. Dat is vrijwel altijd zo geweest bij het stemmende publiek van die twee landen, maar nu dus ook weer bij de beroepsstemmers. ‘Neighbour voting’ is enigszins uitgebannen doordat buurlanden meestal niet in dezelfde halve finales worden gezet, dat wel, maar dit ‘probleem’ is hardnekkig.

6.
De show? Tja, na de Zweden van vorig jaar…
Hoewel er aardige elementen in zaten (het introductiefilmpje met de kralen, de etnische versies van songfestivalhits in de openingsact van de tweede have finale, de intervalband ONUKA) was de show over het algemeen toch wat vlak. De presentatoren deden hun best, maar hun (soms echt wel leuke) grapjes stierven door een slechte timing meestal een vroege dood en hun Engels was lang niet altijd te verstaan. Het leukst was dan nog het filmpje waarin ze presentatieles kregen van de host van vorig jaar, Måns Zelmerlöw. Maar ja, dat was dan weer verzonnen door de Zweden.

Eerlijk is het ook niet: de editie van mei 2016 in Stockholm blonk uit in professionaliteit, humor en glamour (Justin Timberlake als intervalact!). Daar was, ook voor een land met meer budget en ervaring dan Oekraïne, sowieso moeilijk overheen te komen.

7.
Het festival: een signaal aan de eigen maatschappij.

De Zweden kozen vorig jaar een duidelijk doel: hun editie moest zelfrelativerend en grappig zijn. Dit jaar leek de show eerder richtingloos – tot aan de laatste woorden van de presentatoren. Die gingen namelijk over… het eigen land. ‘We love Ukraine. We are a modern society, we are tolerant and we are open.’

Daarmee, en met het gekozen thema, celebrate diversity, werd duidelijk waar Kyiv 2017 voor moest staan: een moderne Oekraïense maatschappij. Het uitspreken van de zinnen hierboven geeft natuurlijk óók aan dat het zover nog niet is (anders hoef je dat niet zo dwingend te roepen), maar het toont opnieuw dat Oekraïne westerse waarden wil omarmen en het sovjetverleden wil vergeten. Er was dus wel degelijk een heldere richting: naar buiten én vooral naar binnen.

8.
Er is vrijwel niks misgegaan.

In een land dat in oorlog is, dat geteisterd wordt door de economische macht van slechts een paar rijke oligarchen én door een wanhopig makende strijd tegen corruptie, is men in staat geweest een veilig festival te organiseren. De meeste Eurovisiebezoekers waren onder de indruk van de vriendelijkheid van de Oekraïeners en er zijn – op de streaker na, die tijdens het optreden van Jamala zijn broek liet zakken voor het oog van de camera’s – geen incidenten voorgevallen. Voor een blakend land als Zweden misschien vanzelfsprekend, maar voor een land in beweging als Oekraïne niet. Al met al dus: een bewonderenswaardige prestatie.

8.
OG3NE heeft het heel behoorlijk gedaan.

Net als vorig jaar eindigde de Nederlandse inzending, vanaf een lastige startplek, op een mooie elfde plaats. Lisa, Amy en Shelley zongen een lied over iets dat recht uit hun hart kwam. Ze waren blij dat ze op het songfestival stonden en straalden dat ook uit. Hun act was smaakvol en zelfs ontroerend. Ze zongen sterk en zuiver. En dus zetten ze de aardige reeks die we sinds onze Eurovisiegenezing door Anouk in 2013, op een mooie wijze voort.

Met enkel een dip in 2015 laten we nu al vijf jaar zien dat we meetellen. Bovendien is het festival weer zéér goed bekeken, en dat was een aantal jaar geleden heus anders. Dank aan de AVRO/Tros is dan ook op zijn plaats.
Natuurlijk kan het nóg beter, qua resultaat. Een Nederlandse winst zou, net als de Portugese overwinning, heel veel voor het Nederlandse denken over het festival kunnen betekenen. Voor volgend jaar hopen we – gezien de bovenstaande conclusies – daarom wellicht op een nóg eigenzinniger act. Want dat is de definitieve slotsom: zet in op professionaliteit en op pure muziek. Op echtheid. Op anders zijn dan de anderen. Celebrate diversity, ja, maar vooral: celebrate authenticity.

9.
En Eurostory?

Jullie hebben ons werkelijk massaal gelezen. We konden de laatste week onze ogen bijna niet geloven als we naar google analytics keken. Maar bovenal waren we gelukkig met onze Nederlandse deelnemers, met de winnaars van onze Eurostory Award en vooral met Portugal, met Amar pelos dois en met Salvador en Luísa Sobral. Dat alles heeft de kans dat we er volgend jaar weer zijn, in Lissabon, dan ook spectaculair vergroot. Dank jullie wel voor de belangstelling en tot dan!