Duncan Laurence zingt Arcade, straks, in de grote Eurovisie-2019-arena. Eh, hoe zei Waylon het vorig jaar ook alweer? ‘Meedoen aan het Songfestival is meedoen aan de Olympische Spelen van de muziek.’ Je zou kunnen betogen dat hij er, met al zijn ervaring, jarenlang voor getraind had. Maar die Duncan, dat is een jonkie toch? Een small-town boy in a big arcade?

Ervaring
Nou ja, jonkie… Dat valt dus wel mee. Vijf jaar geleden zong hij week aan week in The Voice, luister maar: hier en hier en hier en hier en hier. En sindsdien is hij er alleen maar ervarener op geworden. Hij ging naar de rockacademie in Tilburg (afgestudeerd met een 9), hij trad vaak en veel op, hij gaf zanglessen en componeerde al dan niet in samenwerking met anderen, hij zong duetten met bijvoorbeeld Glennis Grace en Sjors van der Panne, en hield contact met Ilse DeLange. Die hem in contact bracht met de selectiecommissie voor het Songfestival, want ze had nú toch – via een dropbox-lijntje met Duncan – een song gehoord: Arcade. Dus Duncan is een jonkie, ja, maar wel een die al jaren bezig was met een aanloop. Mede daardoor is de AVRO/TROS niet bang voor een beginnersbibber in zijn stem, straks, op het Israëlische podium. Sterker nog, het vertrouwen is groot: Duncan zal deliveren.

Release
Het lied werd gepresenteerd met een serene videoclip van de hand van fotograaf Paul Bellaart, waarin we een naakte Duncan zien, die aan het eind van het lied bevrijd naar de oppervlakte zwemt. Kwetsbaar en open, net als de song. Zelden kreeg een Nederlandse Eurovisie-release daarna zoveel internationale weerklank. Onder de YouTube-video regent het twaalf punten en de bookmakers vuurden het meteen af naar een tweede plek. En dat maakt Duncan in een klap tot onze Patrick Roest in Tel Aviv, onze Frenkie de Jong van Eurovisie.

Diggelen
Maar waar gaat de song over? De tekst van Arcade levert ons twee belangrijke beelden.
Het eerste staat meteen aan het begin:

A broken heart is all that’s left, I’m still fixing all the cracks. Lost a couple of pieces when I carried it, carried it, carried it home. (‘Het enige wat ik nog heb is een gebroken hart, ik probeer de scheuren nog altijd te lijmen. Ik ben een paar stukjes kwijtgeraakt toen ik het naar huis droeg.’)

Vooral dat laatste beeld is sterk: we zien iemand met armenvol gruzelementen – stukjes hart die hij in veiligheid probeert te brengen. Maar hij kán de boel niet bij elkaar houden, er duiken wat diggelen door zijn vingers, och, ze blijven liggen op straat.
Dat is wat een grote, maar mislukte liefde met je doet. Je kunt de boel na de knal wel dapper bij elkaar proberen te houden, maar er zijn altijd een paar breuklijnen in je hart die je blijft zien. Waarom? Toen je aan het lijmen was bleek je niet alle stukjes meer te hebben. Die ben je voor altijd kwijt.

Speelhal

Maar de hoofdmetafoor is toch die van de arcade zelf, van de speelhal. De ‘ik’ uit het lied raakte verslaafd aan de verkeerde attractie: we were always a losing game – ‘we waren vanaf het begin al een kansloos spel’. Deze liefde, zingt Duncan, was als zo’n machine waarin je muntje na muntje na muntje blijft gooien in de vergeefse hoop op een geluksuitkering – en na een tijdje moet je dan constateren: I spent all the love I’ve saved.

Grijs
Dat is een droevige conclusie. Maar Arcade gaat niet per se alleen maar over een mislukte liefde. De tekst kan ook over een verhuizing gaan, over een nieuwe ervaring op een andere plek, over eenzaamheid nadat iets – wat dan ook – mislukt is, en je een nieuwe weg moet vinden. Over dat wat er komt na de game over. In dit kader is een Facebook-post van Duncan zelf, uit augustus 2018, interessant. Daarin schreef hij (vertaling): ‘Ik heb altijd geworsteld met wie ik ben. Mensen houden van hokjes. […] Maar ik weet dat dat de simpele manier is om de wereld te beschouwen. Zwart-wit denken, maar niet kijken naar het grijze. Ik weiger om in een hokje te leven. Ik maak wat ik wil maken en ik hou van wie ik wil houden. […]’

Eigenzinnig
Hoewel de eerste versie van Arcade werd geschreven naar aanleiding van iemand in Duncans omgeving die haar leven verkwistte aan een verdwenen geliefde, raakt de tekst toch ook aan de essentie van zijn eigen overtuiging: dat je je geld niet moet zetten op iets wat niet bij je past (‘losing game’), maar dat je in grijsnuances moet denken. Dat je eigenzinnig moet zijn. Dat je authentiek moet zijn. En laat nou net dát de laatste jaren óók de route zijn naar Eurovisie-succes. Daar wordt middelmatigheid weggespoeld in de afvoerbuizen van de halve finales. Gemiddeld belanden de zelfgeschreven songs op een hogere plek dan de producten die bij hitmachines worden besteld.

Filmisch
Dat eigenzinnige geldt ook voor de productie van Arcade. Duncan componeerde het dus zelf, samen met de Zweedse Joel Sjöö. Die van ‘soulful songs that tell a story’ houdt. De Rotterdamse procucer Wouter Hardy vervolmaakte het geheel, en nu luisteren we naar een sterk filmische song, met aan het eind en het begin kleine tikjes, als werd er een oude vinylplaat voor je afgespeeld, met spaarzame hemelkoortjes, met spannende akkoorden en een refrein dat de luisteraar zijn ruggengraat doet rechten.
Voeg daar de bijzondere stem van Duncan aan toe, een stem die qua kleur doet denken aan Italiaanse verhalenvertellende popzangers als Marco Mengoni (Eurovisie 2013, zevende plek), een stem ook die indrukwekkend de hoogte in kan schieten, en we hebben een inzending om vertrouwen in te hebben.

Omvergeblazen
Daar staat hij straks dus: Duncan Laurence. Hij heeft de creatieve steun van Ilse De Lange, die mee zal reizen naar Tel Aviv, een steun die begon met een harde dreun op een rode The-Voice-knop in het najaar van 2014. Het toneelbeeld in Tel Aviv zal mede door haar bepaald worden, samen met Hans Pannecoucke (artistieke leiding) en Ignace d’Haese (licht). Maar het begon bij de selectiecommissie. Die had ongetwijfeld allerlei andere aanbiedingen, maar nadat ze Arcade hoorden waren ze allemaal (bij monde van de directeur van de AVRO/TROS) ‘omvergeblazen’. Dat zegt genoeg.

Nieuwe kansen
En dus zal Duncan uit Hellevoetsluis genieten van de komende maanden en later constateren dat er tijden zijn dat je met de duigen van je kapotgeramde hart in je handen staat, maar dat er evengoed zomaar weer nieuwe kansen op je rekening kunnen verschijnen. Door je deelname aan de Olympische Muziekspelen bijvoorbeeld. In een gigantische gamehal in Tel Aviv.