In iedere stad waar ik kom, loop ik hard. Vaak op Asics waarvan de zolen nagenoeg versleten zijn en in een shirt waarop de naam van Zlatan Ibrahimović prijkt. Zlatan: de non-conformist die in I am Zlatan (2011) zijn medespelers van Barcelona als makke schappen omschreef. Een getroebleerde jongen uit de buitenwijken van Malmö die moederziel alleen in Diemen belandde en niets liever deed dan voetballen in het eggie en voetballen op z’n PlayStation. Zlatan is een levensecht personage in een wereld die niet de zijne is. Met een karakter dat tegen de stroming in zwemt en daarmee zijn eigen verhaal ademt, schreeuwt, creëert.

Als ik op het Eurovisie Songfestival ben, moet ik altijd even aan Zlatan de Verhalenmaker denken. Zlatan die grootgebracht is door een Slavische moslimvader en een Kroatisch-Albanese moeder. Door Zlatan speurde ik als jochie het web af, op zoek naar zijn antwoorden op vragen als: wat bracht de ouders van Zlatan naar de Zweedse migrantenwijk Rosengård? Welke gebeurtenissen hebben ‘Iba’ gemaakt tot wie hij nu is? En wat kan de rest van de wereld van hem leren? Niet omdat ik de persoon in kwestie op waarde wil schatten, maar omdat ik het probeer te begrijpen, de wereld an sich. De vragen die ik toen als jochie stelde, spoken – ieder jaar opnieuw – door mijn hoofd als het Eurovisie Songfestival in aantocht is.

Zo leerde ik door het Songfestival over het lot van de Krim-Tataren die in 1944 door Stalin als collaborateurs werden afgeschilderd. Maar ik leerde ook over Nagorno-Karabach en het uit tufsteen gehouwen We Are Our Mountains dat grootmoeder en grootvader symboliseert. Nadat het beeld in 2009 in een van de introductiefilmpjes opdook, laaide er een diplomatieke rel tussen Azerbeidzjan en Armenië op. Met als hamvraag: wie behoort We Are Our Mountains nu werkelijk toe? En Eurovisie dwong mij te denken aan Stari Most, de Bosnische brug die over het blauwgroene water van de Neretva-rivier waakt. Een brug die – onder toeziend oog van de halve wereld – instortte (1993) nadat er hevige gevechten waren uitgebroken tussen verschillende milities. Aanleiding? De Albanese inzending van dit jaar.

Songfestivalartiesten zijn voor mij net als Zlatan: verhalenmakers die een geschiedenis met zich meezeulen. Veelal tegen wil en dank. ‘I didn’t fit in. Not at all,’ schreef Zlatan over zijn tijd in Spanje. ‘I like guys who drive through the red lights, if you know what I mean.’ Op het eerste gezicht een inwisselbaar, ietwat hol, citaat. En tóch heb ik het I didn’t fit in. Not at all misschien wel duizend keer teruggelezen. Want die quote is Eurovisie. Die quote is Albanië, Azerbeidzjan, België, het Verenigd Koninkrijk en ga zo maar door. Die quote is Israël en Palestina. Want laten we niet vergeten dat de geschiedenis van Europa nog steeds geschreven wordt, iedere dag weer, dat-ie allesbehalve af is. En dat we verhalen nodig hebben om tot elkaar te komen. Dat is meteen ook de reden waarom ik hier – vanuit Tel Aviv – dit stuk schrijf. Ik wil hier zijn, in de hoop de wereld een beetje meer te kunnen snappen.

Terug naar het hardlopen. In iedere stad waar ik kom, wil ik het asfalt voelen branden. In het Wenen van 2015 vormde de krachtige Donau mijn kompas en liep ik rakelings langs zigeunerkampen waarvan de bewoners met kleine vuurtjes de miezer leken te verdrijven. In Stockholm voelde iedere nacht als Midzomernacht en jogde ik geregeld – om drie uur ’s nachts – door een slapende buitenwijk. In Kyiv rende ik over de Maidan waar, een paar jaar eerder, tientallen leeftijdsgenoten stierven tijdens bloederige protesten. En in Lissabon liep ik langs de grootste moskee van de stad die zich pal tegenover de Eerste Hulp bevond. Vanochtend voegde de boulevard van Tel Aviv zich aan het lijstje Eurovisieherinneringen. Terwijl ik liep, beeldde ik mij een jongen in die – zo’n zeventig kilometer ten zuiden van Tel Aviv – met precies dezelfde gedachte het ochtendgloren omarmde: ik ga rennen. En dat hij rende in exact hetzelfde voetbalshirt. Met exact dezelfde woorden in z’n kop. I didn’t fit in. Not at all.


Lees ook het stuk van Edward. Lees ook het stuk van Jelmer.